stakeholders onderzoek

Hans Noordkamp,

 

Portfolio opdracht 6

 

H.J.G. Noordkamp

Studentnummer: 4385638

oktober 2020                                                                                         Praktijkbegeleider     Rudi van der Vegte
NCOI Opleidingsgroep    Pedagogisch Didactisch Getuigschrift                   Portfoliobegeleider     Marianne Geuijen

 

voorwoord

Voor u ligt de Portfolio-opdracht ‘optimale samenwerking met stakeholders’. Mijn naam is Hans Noordkamp, ik ben 50 jaar en nu 14 jaar in het onderwijs werkzaam. Ik werk bij het ROC Aventus op de afdeling Landbouwtechniek. In mijn loopbaan ben ik mij verder aan het professionaliseren en in dat kader ben ik nu bezig mijn Pedagogisch Didactische Getuigschrift te behalen . Tijdens mijn lessen merk ik dat studenten vaak de verbinding missen tussen de beroepspraktijk en Aventus, de partijen verschillen in mening over het curriculum en een gebrek aan een cyclisch proces.
Dit document, de stakeholdersanalyse, is geschreven om dit voor de studenten, Aventus en het beroepenveld in kaart te brengen. De uitkomst is de basis voor hoe de verhoudingen en invloeden zijn van de verschillende partijen op de vraag: Hoe richten we samen met de beroepspraktijk en studenten een passende opleiding voor mobiele techniek in.

Deze opdracht is mede tot stand gekomen door de vakkundige ondersteuning van mijn collega’s Arnold Klunder (teammanager mobiele werktuigen) en Rudi van der Vegte (praktijkbegeleider). Een grote rol is ook weggelegd voor de bedrijven en de studenten van de opleiding mobiele techniek. En bij de NCOI door portfoliobegeleidster Marianne Geuijen. Hierbij bedank ik hen voor hun professionele hulp bij deze portfolio opdracht.
Ook wil ik alle andere directe collega’s die niet genoemd zijn bedanken voor hun directe of indirecte ondersteuning van mij.

 

Weerselo januari 2021

Hans. J. G. Noordkamp

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inhoud

voorwoord. 2

3.2.portfolio opdracht 6 optimaal samenwerken met stakeholders, module de verbinder 4

3.2.1.inleiding. 4

3.2.2.project stakeholders. 4

3.2.2.1.Omschrijving project: 4

3.2.2.2.toepassing regioleren. 4

3.2.2.3.betrokken stakeholders. 5

3.2.2.4.belang stakeholders. 5

3.2.2.5.positie stakeholders. 5

3.2.2.6.samenwerking stakeholders. 6

3.2.2.7.macht en invloed. 6

3.2.2.8. leren/kennisontwikkeling van de leerling. 7

3.2.2.9.toegevoegde waarde. 7

3.2.2.10.klankbordgroep. 7

3.2.2.11.advies. 8

3.2.3.reflectie. 8

Bibliografie. 9

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.2.portfolio opdracht 6 optimaal samenwerken met stakeholders, module de verbinder

3.2.1.inleiding

Nederland is volop aan het regioleren ook wel ondernemerschapsleren of multi actor leren genoemd. In de omgeving samen werken met overheid, ondernemers, maatschappelijke organisaties, burgers en andere onderwijsinstellingen. Dit doen we om een zo goed mogelijke aansluiting van onderwijs aan de beroepspraktijk te realiseren. In deze opdracht ga ik voor Aventus onderzoeken wat de invloed is van de stakeholders op de vraag: Hoe richten we samen met de beroepspraktijk en studenten een passende opleiding voor mobiele techniek in.
Voor dit onderzoek heb ik partijen benaderd en bevraagd over hun visie op de bovenstaande vraag. Ik ben in midden Nederland naar verschillende bedrijven geweest en heb belanghebbenden gesproken over hun visie.
De uitkomsten zijn verwerkt in deze stakeholdersopdracht.

3.2.2.project stakeholders

3.2.2.1.Omschrijving project:

Dit project is ontstaan naar op en aanmerkingen van verschillende partijen in het werkveld over de aansluiting van lesinhoud en lesmateriaal. De sector mobiele techniek heeft in de afgelopen jaren een grote opmars gemaakt in technische ontwikkelingen. 10 jaar geleden was een tractor met een common-rail dieseltechniek iets nieuws in de werkplaats en werd de traditionele versnellingsbak ingeruild voor een automatische of powershift transmissie.
Het onderwijs heeft daarin niet de inhaalslag gemaakt die de beroepspraktijk wel heeft gedaan. Ook zijn grenzen tussen de verschillende onderdelen niet overbrugd en is daardoor geen optimaal resultaat behaald.
In de huidige machines heeft de combinatie van CVT transmissies met can-bus systemen, T-signalentechniek en uitlaatgasnabehandelingssystemen er voor gezorgd dat aan een monteur andere eisen gesteld worden dan 5 jaar geleden.
Het sleutelen is deels verdrongen door diagnose, schema’s en uitlezen van software. Hiervoor is een aanpassing nodig van het huidige systeem en in dit onderzoek breng ik in kaart wie er allemaal belang en invloed hebben op een mobiele techniekopleiding en nog belangrijker: hoe overbruggen we grenzen en zorgen we dat het groepsresultaat samen met alle betrokken partijen het niveau van de opleiding optimaal kunnen maken en houden.

3.2.2.2.toepassing regioleren.

Om alle rollen, competenties en taken helder te maken maak ik gebruik van het vijf stappen plan.
In fase 1 (verkenning) ga je je eerst oriënteren op de regionale samenwerkingsverbanden en de actuele verbanden die er zijn met de netwerken. Je brengt deze in kaart samen met de onderlinge verbanden.
In fase 2 (vraagstelling) ga je de vraagstukken uit het werkveld omzetten naar projecten die geschikt zijn voor leerlingen in combinatie met samenwerkende partijen.
In Fase 3 (uitvoering) gaan de studenten met de samenwerkende partijen en docenten de opdrachten uitvoeren.
In fase 4 (beoordeling) het resultaat van het project wordt multidisciplinair gedaan zowel vanuit het onderwijs als de betrokken regionale partner.
In fase 5 (borging en vernieuwing) gaan we de resultaten vastleggen en komen we tot conclusies, deze leiden tot nieuwe inzichten en werkwijzen die dan geïmplementeerd kunnen worden. (Bakker, Zitter, Beausaert, & de Bruijn, 2016)

3.2.2.3.betrokken stakeholders

In de onderstaande serie; belang, positie, samenwerking, macht, kennisontwikkeling, toegevoegde waarde, klankbordgroep en advies corresponderen de tabbladnummers met de betrokken partijen zoals hieronder genoemd.

  1. Studenten van Aventus opleiding mobiele techniek.
  2. Ouders van studenten.
  3. Aventus opleiding mobiele techniek
  4. Bedrijven in de beroepspraktijk
  5. ROC / opleidingscentra waar ook een opleiding monteur mobiele werktuigen is
  6. Fedecom branche vereniging
  7. Merk gebonden bedrijfsopleidingen

3.2.2.4.belang stakeholders

  1. Het belang van studenten is het doorlopen van een passende opleiding die zoveel mogelijk aansluit bij het beroepenveld waarin ze gaan werken. Binnen de opleiding mobiele techniek kunnen ze zich specialiseren in tuin en park, intern transport en landbouw. Afhankelijk van de opleidingskeuze kunnen ze een beroeps ondersteunende leerweg (BOL) of een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) kiezen.
  2. Ouders hebben belang bij een gerenommeerde opleiding. De opleiding heeft in de tegenstelling tot de bedrijfsopleidingen een standaard schoolgeld en bied meerdere specialisaties aan.
  3. Aventus heeft belang bij leerlingaantallen. Deze bepalen op het landelijk platform de ranglijst. Tevens straalt een goede opleiding af op leerlingaantallen.
  4. De bedrijven waar de studenten werken hebben belang bij goed geschoold personeel. Ze zijn gebaat bij aansluiting van opleiding aan de praktijk.
  5. ROC’ s en opleidingscentra met dezelfde opleiding zijn gebaat bij hun eigen leerlingaantallen. Ze zullen het eigen belang voor het stakeholdersbelang leggen. Samenwerken is wel een doel maar ook een eigenbelang.
  6. Fedecom is de brancheorganisatie en fungeert als koppeling tussen de opleidingscentra en het beroepenveld. Ze hebben er belang bij dat er zo veel mogelijk geschoold personeel in de brancheorganisatie komt. Fedecom is een samensmelting van Kenteq en Opleiding Ontwikkeling Metaalbewerking. Ze verzorgen ook zelf opleidingen en ondersteuningsvormen voor studenten tijdens de praktijkvorming.
  7. De merk-gebonden bedrijfsopleidingen zijn opgericht door merken zoals Claas, John Deere en New Holland. Deze opleidingen worden voor personeel van eigenmerk dealers gefaciliteerd. Kosten van deze opleidingen zijn aanzienlijk hoger.

 

3.2.2.5.positie stakeholders

  1. De leerling is een primaire stakeholder.
  2. Ouders zijn secundaire stakeholders, ze hebben invloed op de leerling op het moment dat er keuzes gemaakt moeten worden voor het kiezen van de opleiding. Tijdens de opleiding is er mede door de AVG wetgeving geringe invloed die ouders hebben, omdat de communicatie via de student verloopt.
  3. Aventus is een primaire stakeholder, zij heeft de regie over de opleiding en het curriculum waaraan gewerkt wordt.
  4. Beroepsveld is een primaire stakeholder, samen met leerling en Aventus is het een drie-eenheid.
  5. De vergelijkbare ROC’ s opleidingscentra zijn secundaire spelers in dit veld.
  6. Fedecom is een secundaire speler met forse invloed, doordat er combinaties in begeleiding van studenten mogelijk zijn.
  7. Merk-gebonden opleidingen zijn net als de ROC’ s en opleidingscentra secundair.

 

3.2.2.6.samenwerking stakeholders

  1. De student werkt samen met Aventus en het bedrijf waar hij werkt. In sommige gevallen is er ook nog een samenwerking met de Fedecom, die zorgen dan voor de begeleiding van de studenten op de werkplek. Hieraan zijn wel kosten verbonden voor de student of het bedrijf waar hij werkt.
  2. Ouders werken samen met Aventus op het gebied van studentbegeleiding, bijvoorbeeld in geval dat door omstandigheden zich situaties voordoen waarbij de mening of aansturing van ouders gewenst is. Men kan hierbij denken aan het starten van trajecten met betrekking tot specialistische individuele begeleiding.
  3. Aventus werkt op direct niveau met student en bedrijven samen. Tevens is er een samenwerking met opleidingscentra voor examinering van studenten. Hiervoor is een samenwerkingsverband met Aeres in Ede. Tevens zijn er regionaal projecten voor regioleren in de maak met omliggende scholen.
  4. Bedrijven in de beroepspraktijk werken samen met Aventus en studenten en in een aantal gevallen wordt e.e.a. ondersteund door de Fedecom. Ook hebben zij vaak intern opleidingen lopen bij merk-gebonden opleidingen om zo het niveau van het personeel ten aanzien van de innovaties op peil te houden.
  5. De ROC’ s en opleidingscentra hebben op management niveau wel samenwerking. Er zijn projecten in de maak voor regioleren, maar deze hebben nog geen gestalte gekregen .
  6. Fedecom is een speler die tussen Aventus, de student en het bedrijf zit. Ze begeleiden de studenten met de opdrachten van Aventus die de student bij het bedrijf maakt. Tevens beoordelen zij de proeven van bekwaamheid voor Aventus die bij de bedrijven afgenomen worden.
  7. De merk-gebonden bedrijfsopleidingen werken meer samen met de bedrijven. Personeel volgt daar cursussen om in een specifiek merk bijgespijkerd te worden. De samenwerking tussen Aventus en bedrijfsopleiding is minimaal. Dit komt door conflicterende belangen.

 

3.2.2.7.macht en invloed

  1. De student heeft invloed op zijn loopbaan en indirect via het bedrijf. Hij kan door het terugkoppelen van vraagstukken uit de praktijk het curriculum beïnvloeden.
  2. Ouders hebben beperkt invloed. Wel kunnen ze dit verhogen door dat ze zelf in de beroepspraktijk werken en zo invloed kunnen uitoefenen.
  3. Aventus is de spil in de opleiding en draagt zorg voor het curriculum. Aventus staat in dat opzicht aan de top van de macht-pyramide. Belangrijk hierbij is dat Aventus goed kijkt wie de rest van de spelers zijn. Bedrijven, Fedecom en examencentra spelen daarbij een grote rol.
  4. Bedrijven hebben geen grote machtspositie en bepalen niet wat het curriculum is van de opleiding. De invloed van het bedrijf is echter wel groot, aangezien het bedrijf de plek is waar de opleiding de student voor klaarstoomt.
  5. De opleidingscentra hebben in zoverre invloed, dat ze dezelfde opleiding aanbieden. Dit wordt gezien als concurrentie en op de leerlingaantallen hebben ze dus invloed en macht. De samenwerking zit in de projecten inzake regioleren die opgezet worden. Docenten van andere ROC’ s komen dan bij Aventus lesgeven met hun eigen leerlingen en maken gebruik van de faciliteiten van Aventus die ze zelf niet hebben.
  6. Fedecom heeft significante macht en invloed vanwege het feit dat ze de proeven van bekwaamheid beoordelen en het curriculum hiervoor opstellen. Tevens hebben ze door de begeleiding van studenten invloed op de mening van het studiemateriaal dat Aventus gebruikt.
  7. Merk-gebonden bedrijfsopleidingen hebben invloed op de leerlingaantallen, ze vissen in dezelfde vijver als Aventus. De verschillen in prijs voor de opleiding en het merk- gebonden karakter bepaalt dan de keus bij de student. Na de opleiding gaan veel studenten alsnog een cursus bij een merk-gebonden opleiding volgen om zich te specialiseren. Dit wordt dan vaak door het bedrijf vergoed.

 

3.2.2.8. leren/kennisontwikkeling van de leerling

  1. De student is zelf de regisseur over zijn ontwikkeling. Hij bepaald door zijn houding, inzet en motivatie de route en het niveau waarop hij het meeste uit zichzelf kan halen.
  2. Ouders dragen bij aan het succes van de student, deels zal dit door het verleden al een grondslag hebben. Ouders kunnen door hun betrokkenheid en interesse in het studieverloop de student motiveren en ondersteunen.
  3. Aventus is de spil in het leren en de kennisontwikkeling. Aventus draagt er zorg voor dat gestelde doelen behaald worden en dat de student in de daarvoor gestelde tijd zich het curriculum eigen maakt voor de betreffende studie.
  4. De bedrijven in de beroepspraktijk dragen zorg voor het praktijkgedeelte van de opleiding. Tevens faciliteren ze de mogelijkheden om de proeves van bekwaamheid af te kunnen nemen al dan niet in combinatie met de Fedecom.
  5. ROC opleidingscentra zijn er straks deels voor kennisontwikkeling van de leerling door het regioleren tussen verschillende opleidingscentra. Nu zijn ze nog verantwoordelijk voor een deel van de praktijkexamens.
  6. Fedecom heeft een aanzienlijk deel in de kennisontwikkeling van de student door de verschillende onderdelen waar ze zorg voor dragen. In de studentbegeleiding op de werkvloer en bij de proeven van bekwaamheid.
  7. De merk-gebonden opleidingen hebben geen significant aandeel tijdens de opleiding. Dit zou wel meer gewenst zijn, aangezien de merk-gebonden opleidingen veel beter zijn uitgerust met de laatste ontwikkelingen en daardoor een grote bijdrage kunnen vormen.

3.2.2.9.toegevoegde waarde

Voor het op te zetten project regioleren zijn een aantal stakeholders leidend. Dit komt door hun directe verbinding. Voor het gehele project is het doel dat de werkvloer zoals die nu is, aansluit bij de opleiding. Door er een cyclisch proces van te maken zorg je er ook voor dat het in de toekomst gewaarborgd is en inspeelt op de innovaties. Hierbij zijn dan de stakeholders student, Aventus, bedrijven en Fedecom de spelers in het veld die direct invloed op elkaar hebben.

 

 

 

3.2.2.10.klankbordgroep

De klankbordgroep die je voor deze opleiding zou moeten samenstellen is groter dan de groep voor de toegevoegde waarde. De spelers hierin hebben een gezamenlijk doel en dat is de leerling op passend niveau krijgen zodat ze naadloos in de werkvloer in te passen zijn. De stakeholders Aventus,  Fedecom, bedrijven, ROC opleidingscentra en merk-gebonden opleidingen zijn hiervoor de aangewezen partijen. Deze partijen staan op bepaalde vlakken, zoals leerlingenaantallen, wel rechtlijnig tegenover elkaar maar ze dienen allemaal één doel: het afleveren van een gekwalificeerde medewerker voor het bedrijf. Deze groep heeft de expertise in huis om nu en in de toekomst het curriculum van de opleiding te bepalen en kunnen in samenspel met het regioleren vernieuwingen en innovaties naadloos in de opleidingen verwerken. Op deze manier wordt de opleiding landelijk genormeerd waardoor er ook in de toekomst een betere verdeling van leerlingen zal zijn door dat het verschil in curriculum van de zelfde opleiding minder word.

3.2.2.11.advies

Voor het komende project regioleren: Hoe richten we samen met de beroepspraktijk en studenten een aansluitende 21ste-eeuwse opleiding in voor mobiele techniek en zal er een klankbordgroep samengesteld moeten worden. Hierin zijn een paar grote spelers aan zet.
Dit komt neer op een cirkel van partners die landelijk de opleiding monteur mobiele techniek verzorgen. En een binnenring met de bedrijven en ondersteuning daarvan zoals die van Fedecom. Deze partners moeten doordrenkt worden van het doel van de klankbordgroep. Dat is een 21ste-eeuwse opleiding die blijft voldoen door cyclische processen aan de steeds veranderende eisen die aan een monteur mobiele techniek gesteld worden. Dit proces wordt door de student, Aventus en bedrijven aangestuurd door projecten die vanuit het bedrijf terug naar school gebracht worden. (Bakker, Zitter, Beausaert, & de Bruijn, 2016) Nieuwe technieken komen vanuit de praktijk naar school en worden daar onderbouwd. Belangrijk hierbij is dat alle partijen een bijdrage leveren in vernieuwingen en innovaties zowel op didactisch als technisch niveau. Aventus zal voor dit project de regisseur zijn die de speler op het veld aanstuurt en monitort.  Tevens zullen ze het proces bewaken en zorgen dat de informatie en bevindingen teruggekoppeld worden naar de stakeholders.

 

3.2.3.reflectie

 

Deze opdracht tot regioleren komt voort uit mijn beroepspraktijk-vorming (BPV) bedrijfsbezoeken. Hierin ga ik alle werkbedrijven van mijn studenten af en bespreken we de voortgang van de praktijk, beroepshouding en kijken we naar de aansluiting van de opdrachten en onderwijs bij het beroepenveld. (Bakker, Zitter, Beausaert, & de Bruijn, 2016). Tevens is het een mooie kans om alle facetten binnen de opleiding monteur mobiele werktuigen in bedrijf te zien en kan de student de inhoud van de opleiding vergelijken met de beroepspraktijk.

In de bedrijven zie je dat de verschillen groot zijn. Dit komt door de verschillende takken waarin de bedrijven werkzaam zijn. Zo zijn er landbouwmechanisatiebedrijven waar hoofdzakelijk moderne machines van loonbedrijven gerepareerd worden, maar ook kleine lokale bedrijven waar alleen heftrucks gerepareerd worden. In de gesprekken met de praktijkbegeleiders en eigenaren kreeg ik te horen dat ze erg tevreden waren over de studenten maar dat het niveau van beheersing van de moderne technieken van de opleiding was blijven steken op een niveau van jaren geleden, waardoor het leerrendement laag is. Ik was me hier al wel van bewust maar het is confronterend om dit als docent van de opleiding te moeten horen. Ik heb deze feedback dan ook objectief met de begeleiders besproken en genoteerd om mee te nemen. (Kralingen, W. Geerts R. van, 2018) Het was voor mij een positieve ervaring om te zien hoe geweldig de studenten het doen op de werkplek en het is mijn taak om het onderwijs aansluitend te maken.

Doordat het aan de ene kant zo confronterend is dat het gewenste curriculum, vanaf de werkvloer, zo verschilt met het bestaande curriculum van Aventus, maakt dat er wrijving ontstaat tussen collega’s. (Bakker, Zitter, Beausaert, & de Bruijn, 2016) Er zijn duidelijk verschillende denkwijzen. Dit kan te maken hebben met het verliezen van de connectie met het werkvlak en de innovaties die in die tijd hebben plaatsgevonden. Maar ook kreten in de trant van  “wij doen het altijd zo”  komen voorbij.

Door studenten naast het bestaande een keuze te geven in wat ze willen leren kun je vernieuwende manieren van lesgeven en moderne technieken, zoals bijvoorbeeld uitlaatgasbehandelingssystemen, aan bod laten komen. Het voordeel hiervan is dat het zich verspreidt onder studenten en daardoor nieuwsgierigheid wekt. Hierdoor wordt het binnen Aventus meer bekend en makkelijker om draagvlak voor vernieuwingen te creëren. Door samen met collega’s die hiervoor open staan gaan we gezamenlijk aan de ingeslagen weg meer vorm geven. Ik ben me er van bewust dat dit een cyclisch proces is en nooit stopt. (Bijkerk L., Heide van der W., 2012)

Graag zou ik willen bereiken, dat ik tijdens de BPV bezoeken complimenten krijg over het niveau van de opleiding. Daarbij is het belangrijk dat we niet aan ons doel: “Hoe richten we samen met de beroepspraktijk en studenten een passende opleiding voor mobiele techniek in” voorbijgaan. Wat is er voor nodig om grenzen te overbruggen en het leerrendement zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen. Mijn persoonlijke doel is om objectief te inventariseren waar we staan als opleiding. Welke vernieuwingen het groepsresultaat positief kunnen beïnvloeden, en het beroepenveld en Aventus zo te optimaliseren dat de student een passend beheersingsniveau heeft van zijn curriculum. (Bakker, Zitter, Beausaert, & de Bruijn, 2016). Ik ervaar dit onderzoek als een stap in de goede richting om samen met studenten, bedrijven en stakeholders verder te kijken hoe we dit gaan realiseren.

 

Bibliografie

Bakker, A., Zitter, I., Beausaert, S., & de Bruijn, E. (2016). tussen opleiden en beroepspraktijk. Assen: Koningklijke van Gorcum BV.

Bijkerk L., Heide van der W. (2012). Activerend Opleiden. Houten: Bohn Stafleu.

Kralingen, W. Geerts R. van. (2018). Handboek voor Leraren. Bussum: Coutinho .

 

NEEM CONTACT OP